november 16, 2012

I love you = I lost you (past tense)

Ooit gebeurt het misschien nog een keer, misschien, ooit. Gewoon, jij, ik, een zucht, één blik, een hand, een lach, een streel, een dag, een nacht. Ik wil het gewoon nog één keer, samen, jij, ik, een zucht, één blik, een dag, een nacht, een eeuwigheid, ik heb op je gewacht. Wachten en wachten en wachten is drie en wachten doet pijn, nostalgie, melancholie, verdriet, een traan, een lach om de herinnering, vaag, snel, voorbij, verdergaan, hervallen, verdergaan. Hervallen. 

Verdergaan.

Eén jij, geen twee. Eén persoon, geen twee, of drie, of vijf, of zeven, niet voor even, niet voor altijd, nooit, nergens, één. Jij. Eén jij. Ik wil jou

Ik wou jou. Ik wil jou? Ik had je graag gewild? Ik zal je ooit hebben gewild? Ik wil je, ik wil je, ik wil je, opnieuw en opnieuw, keer op keer, ik wil je, ik wil je, niet straks, liet later, nu, nu, nu, ik wil je. Wil me. Wou me niet, maar wil me. Heb me niet gewild, wil me nog steeds. Neem me. Hou van me. Hou van me.

Verdergaan, hervallen, verdergaan, hervallen, verdergaan, verdergaan, verdergaan

Ik ga verder maar ik wil je, ik wil je, ik wil je nog steeds. Wil me, wil me, wil me nog steeds. Misschien, ooit. Nooit is nooit maar ooit is misschien. Ooit gebeurt het misschien nog een keer, misschien, ooit, jij, ik, een zucht, één blik, jij, ik, ik wil jou, jij wilt mij, ik heb jou, jij hebt mij, wij hebben wij. Wij hebben wij. 

Ik wil je. Wil me. Wil me, alsjeblieft. Wou me niet, maar wil me.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten