maart 02, 2014

Alles of niets



Vaak voer ik gesprekken met jou in mijn hoofd. Dan beweeg ik mijn lippen zelfs mee met de dialoog. Drukken mijn ogen uit wat er dan gezegd wordt. Soms huil ik zelfs. Die gesprekken zijn belachelijk. In het begin vatten ze de essentie van ons probleem samen. Nu ja, ons probleem… Mijn probleem. In het begin vertel ik wat er scheelt, en luister jij. En huil ik. En haat ik mezelf ervoor dat ik huil. En vertel jij me dat dat allemaal niet erg is, terwijl je over mijn schouder wrijft. 

Ik vertel je hoe ik me voel, voor de zoveelste keer. Ik vertel je hoe ik aan je denk, elke dag maar weer, en hoe zwaar ’t gemis op me weegt eens gordijnen niet meer nodig zijn om daglicht te verhullen. Vertel ik je dat ik weet dat jij je niet zo voelt. Dat jij niet staat te springen om mij te zien, althans niet zoals ik ernaar verlang. Dat jij niet aan me denkt. Laat staan een warm gevoel krijgt als je iets ziet dat je alsnog aan me doet denken. Dan vertel ik je hoeveel pijn dat doet, en hoe ik dacht: nee, maakt niet uit, dit is beter dan niets. Ik zie je nog, toch? En ik kan toch nog bij je zijn? Dat is genoeg. Meer moet ik niet hebben. 

Nee. Da’s niet waar. Dat zou ik dan zeggen, terwijl ik wanhopig mijn gespannen adem onder controle probeer te krijgen. Ik zou naar je opkijken en zeggen: ik wil alles, godverdomme. Ik wil dat jij me graag ziet – niet dat je me gewoon wel leuk vindt. Ik wil dat je het liefst van al bij mij wil zijn – niet dat je het niet erg vindt om in mijn gezelschap te vertoeven. Ik wil alles. Ik wil het allemaal. Ik wil het zijn met jou. Dát. Ik wil alles zijn met jou.

In mijn hoofd eindigen de gesprekken altijd positief. In mijn hoofd besef je plots hoe de aanblik van mijn gezicht je helemaal warm maakt vanbinnen. Besef je dat je op het punt staat de grootste fout van je leven te maken. Besef je dat ik het ben. Die persoon. Die je wil. Ik ben het! Ik ben alles! Wees alles met me! 

Gisteren niet. Gisteren zei je, ook in mijn hoofd, wat je echt hebt gezegd. Wat je echt denkt. Wat je echt wil – of net niet wil. Ik ben het niet. Er is niets. Wij zijn niets. Gisteren dwong ik mezelf tot de confrontatie met de werkelijkheid en vluchtte ik niet weg in een perfecte illusie, een droombeeld dat sinds november niet weg te slaan was uit mijn gedachten. Het idee dat wanneer ik ’s nachts mijn rechteroor op mijn kussen liet vallen, het eigenlijk de holte tussen jouw borstkas en jouw arm was. Een prachtige hallucinatie die ik niet weg kreeg. Tot nu. 

Dit is niet genoeg. Bij jou zijn is niet genoeg. Jou nog zien is niet genoeg. Ik wil alles. Jij wil niets. En dus is dat vanaf nu ook wat ik tegen je zeg, met je doe, over je denk, over je schrijf, over je huil.

Niets.

december 23, 2013

Ode aan de Toekomst


Gek hoe één minuut een wereld van verschil kan maken, soms. Eén minuut, waarin eigenlijk niets verandert, waarin je pakweg een tiental keer knippert met je ogen, een twintigtal keer ademhaalt, misschien wel ‘ns lacht. Eén minuut waarin je toch zoveel in je kan opnemen. Dansende vrienden. Champagneglazen, halfvol, maar kijk, daar is de fles alweer, klaar om bij te vullen. Hoedjes, misschien. Toeters, ja, dat kan ook. Eén minuut. 

De minuut die de laatste seconden van 2013 doet sterven. De tijd tussen 23u59 en 00u00. De overgang naar 2014. Eén minuut. 

Gek. Nee echt, gek. Eén minuut, hé. Wat gaat er anders zijn als het nieuwe jaar ’t eerste levenslicht ziet? Gaat mijn leven zich resoluut omgooien? Gaat alles beter zijn? Gaan alle problemen verdwijnen? Gaan die luttele 60 seconden die ik met mijn ogen zie verminderen, die ik met mijn oren voel wegtikken, gaan die kleine tijdsbommetjes werkelijk alles beter maken? Wordt 2014 echt mijn jaar, terwijl het verspringen van de 3 naar de 4 slechts een formaliteit is? Zoals wanneer iemand vraagt hoe je je voelt nadat je verjaard bent, en je gewoon antwoordt: “hetzelfde als gisteren”? Omdat er in essentie niets verandert? 

Ik weet nog exact hoe ik 2013 heb ingelijfd. Ik weet zelfs nog mijn eerste memorabele januarimoment in 2012. Ik liet de pot choco op de grond vallen. Ik weet het, typischer dan dat wordt het écht niet. Nee, 2013 begon op dat vlak iets anders. Ik weet nog dat het jaar slechts enkele uren oud –jong– was toen ik voor het eerst in mijn leven een man in het gezicht sloeg. Nee, niet mijn vriendje. Laat staan een kameraad. Nee, een wildvreemde die op het Oudejaarsfeestje in de Vooruit niet van mijn billen kon blijven. 

Ik herinner me nog exact hoe ik me toen voelde. Euforisch, omdat ik plots in mijn ooghoek mijn eigen hand zag uithalen naar één of andere junk die ik nooit meer ging terugzien. Wat een lef! Euforisch voelde ik me, en nog geen volledige seconde daarna voelde ik me doodsbang. Oké. Die gast gaat mij terugslaan. Maar dat deed-ie niet. Hij moest eens lachen en droop toen af. 

Ik weet niet hoe ik 2014 ga inzetten. Eerlijk waar, geen idee – maar ik weet dat ik die laatste minuut van 2013 echt ga koesteren. Niet omdat ik 2013 ga missen. Oh, neen. 2013 was voor mij persoonlijk een verschrikkelijk jaar. Een verzameling van 365 dagen die ik echt liever zie gaan dan komen. Ik weet gewoonweg dat ik in die laatste fragmenten van dit ongeluksjaar, dat zich – hoe treffend kan het ook – zelfs vertaalt in zijn laatste twee cijfers, alles wat gebeurd is nog eens de revue zal laten passeren.

Ik had eigenlijk echt een paar mannen op hun gezicht moeten slaan dit jaar. Harder nog dan de man die datzelfde jaar dacht in te zetten met odes aan mijn derrière. Ik vraag me alleen af of ik me dan ook euforisch zou hebben gevoeld. Of het me deugd zou hebben gedaan. Hoe hard ik ook zou slaan, en dat zou ik, hoor; sterretjes zouden ze zien, allemaal. Hoe hard ik ook zou slaan, het zou de pijn toch niet hebben weggenomen. Integendeel zelfs, mijn hand zou volgens mij nog lang nagetinteld hebben van douleur

Het is gek. Echt, het is gek hoe één minuut een wereld, een leven, mijn leven van verschil kan maken. Hoe belachelijk dat ook klinkt. Ik kan niet wachten op het moment dat mijn vrienden van z’n “5… 4… 3…” gaan. Al weet ik ook wel dat die laatste vijf restjes van 2013 vol zullen zitten van herinneringen. Maar, en dat meen ik echt, op het moment dat iedereen het uitgilt van je “Gelukkig nieuwjaar!”, draai ik een knop om. Och, wat een cliché. Eén cijfertje verspringt er maar. Maar één cijfertje is voor mij genoeg om alles wat dit jaar gebeurd is achter mij te laten. Hoezeer er nog een staartje aan zit te komen en hoeveel vragen ik ook nog mag hebben. Gedaan ermee. Het is maar één minuut. En nee, inderdaad, in essentie verandert er niets. In essentie zal ik nog steeds exact dezelfde persoon zijn die ik was één minuut eerder, nu toevallig nog in een ander jaar. In essentie verandert er niets. Maar voor mij is het een ommekeer. Nieuw jaar. 365 onaangeraakte dagen. Die ik nu eens echt ga vullen met leuke herinneringen. En ergens, op één van die kleine 400 dagen, ga ik ‘t 2013 vergeven van zo’n enfant terrible geweest te zijn. 

2014. Ik wacht op u, hoor. Ik zie u zitten. 

Stel mij niet teleur, hé.

december 09, 2013

Alexithymia



Ik weet niet wat ik dacht. Ik weet niet wat ik verwachtte. Wat ik wou. Maar dat is een leugen, want dat weet ik wel. Ik wou het allemaal. Ik wou te veel. Ook dat is een leugen. Ik wou iets wat perfect wou-wenselijk is. Ik wou iets normaals. Iets wat me deed lachen.  Iets wat me omarmde als ik het koud had. Iets wat me gelukkig maakte. Of kon maken. Ooit. Iets zachts, maar tegelijkertijd ook scherps; een herfstblad, maar nog groen aan de nerven. Ik wou jou. Leugen. Ik wil jou. 


november 17, 2013

Het Wieltjeslied (voor @Toespijs)

Sinds een dikke maand of twee ben ik volledig weg van Twitter. Ik weet niet hoe het is gebeurd, ik weet niet waarom het is gebeurd, ik weet niet exact wanneer het is gebeurd, maar - het is gebeurd en ook ik liet mij vangen aan 'mijn 200ste volger krijgt #tettn/een vat/een kusje/een #ff/een je-noemt-het-maar'. Ik hield het natuurlijk origineler (of wat dacht je) en opteerde voor: 'mijn 200ste volger krijgt van mij een Wieltjeslied'. Aha, u heeft context nodig? Vrij logisch. Ik had die dag rijles en bleef toen maar flauwe mopjes maken over wieltjes ('And I wiel always love you', 'Wiel! Are! Your friends'). Ha, dat brengt u nog steeds geen duidelijkheid? Eveneens vrij logisch. Maar daar zal u het nu toch wel mee moeten doen.

In ieder geval, ondertussen zit ik al een paar volgers verder en kreeg die arme 200ste volger, @Toespijs, zijn wieltjeslied nog altijd niet. Daarom besloot ik om er vandaag eens écht werk van te maken. Een gemakkelijke volger is-ie niet want hij eiste het lied op de melodie van 'Zeil Je Voor Het Eerst'. Bij deze. Mijn Wieltjeslied. (Ik vind het zelf zodanig verschrikkelijk slecht dat het geweldig wordt) 

_____________________________________

WIELTJESLIED

Ze zeiden hou je van wieltjes
Of eerder fan van puree?
Goh, eerder aardappelkrieltjes
Maar wieltjes vallen ook mee.

Weldra stond ik op het hard wegdek
Wieltjes en ik, 't kennismakingsgesprek
Ik wist nog niets van dat rijden
Ik stond volkomen voor gek.

Rij je voor het eerst, dan sla je een flater
Trek het je niet aan, amfitheater.
Geniet je des te meer, van een megakater
Dit kan accurater
Vergevingsgezind? 

Dit gaat niet echt over wieltjes
Terwijl ik wel goed begon
En dit voor Twitterprofieltjes
Ik dacht dat ik beter kon

Nu heb ik aan iemand een Wieltjeslied beloofd
Waar zat ik toen toch ook met mijn hoofd
Ik wou dat ik 't kon omzeilen
Maar heb me nu uitgesloofd

Rij je voor het eerst, dan sla je een flater
Ik kan dit niet aan, want schoolverlater
Wil telefoonverkeer, met mijn psychiater
Ben geen mannenhater
Decoratielint. 

_____________________________________

Zelden in mijn leven zoiets slechts geschreven maar toch goed gelachen. En een dag niet gelachen, is een dag niet geleefd, hé.

november 16, 2013

Een gelukt leven

Zo heel soms, snel en en vluchtig, wandelt 'geluk' me voorbij en geeft ze me achteloos, en passant, een kus op de wang. Ik snuif een restantje op van haar parfum en staar haar gewoon na wanneer ze de draad der gelukverspreiding weer oppikt en dan, wederom, mijn bestaan compleet vergeet (ja, ik gaf aan 'geluk' het vrouwelijke geslacht, daar zijn geen onderliggende redenen voor, ik associeer parfum nu eenmaal met vrouwen en ik wou echt iets over parfum zeggen in dit blogbericht. Oké?). Ik voel de afdruk van haar denkbeeldige lippenreepjes nog lang nazinderen op mijn koude rechterwang want laat ons eerlijk zijn, het begint ferm af te koelen, hé. Mijn lippen gaan iets uit elkaar, vinden elkaar dan terug en laten elkaar dan opnieuw los om wat uit te deinen naar links en rechts - iets wat je met één woord als 'glimlachen' kan omschrijven, dus, eigenlijk. 

Soms, dus, want nu ben ik nog steeds niet tot mijn punt gekomen, soms gaat er een wind van geluk door mijn haren zonder dat ze blondgelokte knopen veroorzaakt.  En dan huppel ik en spring ik en twirrel en twarrel ik in het rond en denk ik 'hoho, dit voelt leuk. Zo heb ik me toch al even niet meer gevoeld.' Dan krijg je situaties als 'Zeg, kan het dat jij een beetje alcohol-intoxicated bent?', en dan denk ik, goh, is geluk ook geen alcohol? Is geluk ook niet iets was verblindt, verblijdt, verzacht? Iets wat je van je barkruk doet glijden om de benen nog eens los te gooien op dat verschrikkelijke Animalsnummer van die alomtegenwoordige Martin Garrix die je gewoon eens goed wil door elkaar schudden van je 'oké, Darwin van de 21ste eeuw, we snappen het, ja, wij zijn dieren, ja, oké, goed'? Ja toch? Ja, echt wel. Geluk is alcohol waar je niet voor hoeft te betalen, tenzij we alle eerdere ongelukkige momenten bij elkaar moeten beginnen optellen - dan wordt geluk gewoon onbetaalbaar.

Bloggen over geluk, eigenlijk is dat toch echt het meest cliché idee dat een mens kan hebben, hé? Alsof niemand dat ooit eerder al eens heeft gedaan. En haha, ja, probeer maar grappig te zijn hoor. Darwin van de 21ste eeuw? Hilarisch, echt. Nee maar, het ding is, ik denk dat ik nu op dit moment, zaterdagnacht, half twee, gelukkig ben. Misschien maar voor eventjes. Misschien maar voor enkele wazige seconden waarin ik uitzinnig van vreugde een dansje placeer op Netsky. Ja echt, Netsky, ik heb staan dansen op Netsky in mijn winterpyjama en ik zweet me nu echt te pletter. Dat nu geheel terzijde - gelukkig, nu, op dit moment, in dit moment. Ik denk dat ik het ben. Ik denk dat ik het voel. 

Ik denk dat ik het langer wil zijn. Ik denk dat ik gewoon op elk mogelijk tijdstip van de dag van de barkruk wil glijden om te dansen op Martin Garrix, terwijl ik een snelle blik werp op de deur die net openklapt waardoor het belletje dat erboven hangt fel begint te klingelen. Ik wil op elk mogelijk moment naar die deur kunnen kijken en eens knipogen naar haar, 't geluk, dat nog maar eens mijn stamcafé binnenwandelt om mij gelukkig te maken. 

Ik ga die wel eens op een pintje trakteren, denk ik.