Dat u dat maar niet vergeet. Ik ben aan het prutsen met alles hier (je zou denken, na al die 25485625 blogs dat ik al gemaakt heb, dat dit een eitje zou zijn... Niet, dus) en ben er nog lang niet uit. Mijn hoofd is ook hopeloos aan het proberen om bepaalde draadjes aan elkaar te binden, of om bepaalde verwarde draadjes net terug uit elkaar te halen.
Wat doet een mens als hij zijn hoofd niet op orde krijgt? Een mens zoekt ontlading, een uitweg, een grote diepe opluchtende zucht, een zucht die alle muizenissen mee naar buiten neemt. Dus wat ben ik gaan doen? Ik ben gaan lopen.
Niet dat ik sportief ben of zo. Oh nee, na een paar meter begin ik al te puffen als een olifant met overgewicht (ja, ik zie de ironie van deze vergelijking in, ja). Maar ja, ik doe het wel eens, af en toe, met een vriendin van me. Op de looppiste, een paar honderd meter van mijn huis. Een beetje riskant om te gaan lopen op een zaterdag natuurlijk, want alles gebeurt op een zaterdag, nietwaar? Voetbaltraining, atletiektraining, mensen-die-wel-om-hun-conditie-geventraining, ga zo maar door. Maar ik besloot het erop te wagen. Lopen zulde doen, lopen!
Ik kwam op de piste aan (als eerste natuurlijk want mijn vriendin is standaard 10 minuten te laat) (zelfs als ik 10 minuten te laat vertrek) en er was geen kat. Nu ja er was wél een kat, meerdere zelfs, aangezien er dichtbij een kattenvrouw woont. Er was geen mens, wil ik zeggen. Ik begon al wat met opwarmen, en toen ze eindelijk aankwam en we na een kwartier treuzelen eindelijk aan het lopen sloegen, voelde ik me goed. Ja. Dit is leuk. Frisse lucht, vergroten van de longinhoud, versterken van de kuitspieren! Alleen voordelen aan dit uitje, hoezeer mijn tong nu al op de grond hangt.
Alles ging goed, lekker, tot de hel plotseling losbrak. U bent een Belg, u denkt nu uiteraard dat ik het heb over het weer. Maar nee, ik heb het over de lokale voetbalploeg. En niet de kleine voetbalploeg, de schattige voetbalploeg, néé. De juniorenvoetbalploeg. Testosteron. Puberaal testosteron. En ik loop hier aan een slakkentempo te hijgen.
Ongewild merk ik dat ik mijn versnelling een tandje hoger zet. Jaja. Lopen gaan we doen. Vrouwen kunnen sporten! Ik zoek het meest gewelddadige nummer in mijn iPod en schiet als een speer over de piste. Wauw, wat ben ik snel! Ik vlieg! Ik ben al bij de beklimming! Ik ben al bij de bekl- En toen besefte ik dat dit niet zo'n goed idee was en mijn voeten én mijn longen het aan het begeven waren en ik mij grandioos belachelijk aan het maken was.
Maar ik geraakte tot achter het muurtje. En dan besloot ik om Evy Gruyaert als mijn excuus te gebruiken: ik doe aan Start-To-Run! Ik knik een keertje naar mijn iPod, loop ter plaatse een tiental seconden, op zo'n "we gaan nu even wandelen maar jouw benen moeten aan de overschakeling wennen" manier, en dan wandel ik kalm en vastbesloten verder. Terwijl ik in paniek denk dat ik naar adem moet happen, mijn handen op mijn knieën moet zetten en echt gewoon vijf minuten een break moet pakken. Maar neu. We wandelen. Chill. Ons Evy heeft het ons zo opgedragen.
Een vijftal minuutjes later verdwenen de kerels weer. Het was even pauze, blijkbaar. En dan pas kon ik echt nadenken over wat ik nu net had gedaan. Mijn eigen tempo zo'n 45 keer versneld om een hoop hersenloze zestienjarigen ervan te overtuigen dat ik een zeer ervaren loopster was. Nou. Goed bezig, denk ik dan zo.
Na een paar extra trage rondjes hou ik het allemaal voor bekeken. Ik heb niet extreem snel gelopen (behalve dan voor de volle 15 seconden). Ik heb vooral extreem traag gelopen, eigenlijk. Maar heb ik de touwtjes in mijn hoofd wat strakker kunnen aantrekken? Heb ik overbodige draadjes kunnen doorknippen? Misschien wel, ja.
En als ik het niet deed, dan waren ze wel geknapt onder de druk van mijn bijna ontplofte schedel na mijn ongelooflijk domme stunt waar mijn vriendin mij nog eeuwen voor zal uitlachen.
Eind goed, al goed, zeker?
Geen opmerkingen:
Een reactie posten