december 01, 2012

Liefste persoon die ik al jaren niet meer gesproken heb,

Soms wou ik dat ik naar iedere persoon die in mijn leven iets heeft betekend maar waarvan er nu geen spoor meer van te bekennen is, een brief kon sturen. Een brief die ze sowieso zouden opendoen. Die ze niet automatisch in de open haard gooien, samen met het inpakpapier van de kerstcadeautjes, want mijn brief zou een kerstcadeautje zijn. Het zou onder de boom liggen en ze zouden er niets van weten. Nee echt, hij zou in een mooie crèmekleurige envelop zitten, met hun naam erop, geschreven in sierlijke letters, in een geschrift dat ze vast en zeker zouden herkennen. 

Een envelop die ze zouden vastnemen, en waar ze eens aan zouden voelen, zoals je dat bij een écht cadeautje doet. Een envelop die ze zo voorzichtig mogelijk zouden opendoen om niets te beschadigen. Vervolgens zouden ze zich even excuseren, als ze zo eerlijk zijn, tenminste; of ze zeggen dat ze even naar toilet hoeven of dat er net een belangrijk mailtje is binnengekomen. Ze zouden alleen zijn. Met mijn brief. Met mij dus, in feite, want het zal dichter bij mij zijn dan ze in een lange tijd al zijn geweest. Ze zitten er maar met een lichtbruin dik papier in hun handen, dat sierlijk in drie is gevouwen, zoals een échte brief. Net zoals het lichtbruine dikke papier dat daarna komt, en daarna, en daarna, want ik zou zoveel te vertellen hebben. Ze zouden alleen zijn, met mij, op het moment dat ze het eerste blaadje zouden openvouwen. 

Ze zouden eens zuchten, althans, dat doen ze in mijn hoofd. Een brief, van haar. Waarom stuurt ze dat nu? En dan, een paar hartkloppingen, een paar vluchtige blikken naar het plafond later, beginnen ze te lezen. En ze lezen, en ze lezen, en ze lezen. Een uur lang lezen ze, of drie kwartier, als ze echt snel kunnen lezen. Want ik zou gepend hebben. Ik zou dagenlang bezig zijn geweest met het zoeken naar de perfecte woorden. Sommige brieven waren sowieso moeilijk om te schrijven. Het zoeken naar de perfecte manier om sorry te zeggen zou hard zijn geweest, want natuurlijk is het niet altijd dezelfde persoon aan wie de stilte te danken is. Andere brieven waren nog moeilijker geweest. Het formuleren van de vragen die al jaren in mijn hoofd spoken, het proberen verbaliseren van de gevoelens die ik had, nog steeds heb. Eén brief was bijna onmogelijk geweest om neer te pennen: die ene brief naar hem, waar ik echt mijn gehele hart zou moeten blootleggen. En zou moeten vragen om een tweede kans. Of een derde. Of een vierde.

Na het lezen zouden ze de brieven mooi terug dichtvouwen en het even laten bezinken. Het was natuurlijk Kerstmis, dus erg lang zou de brief ze niet meer apart kunnen houden. Ze mengen zich terug onder de familie, de vrienden, en dan, als het tijd is om hogere slaapsferen op te zoeken, zouden ze zich aan hun bureau zetten en een brief terugsturen. Naar mij. Even lang. Even moeilijk. Even belangrijk. Erg belangrijk, zelfs. 

In mijn hoofd zou alles goedkomen. Een kerstmirakel, noem het wat je wil. We zouden elkaar snel terugzien. En elkaar terug in elkaars leven opnemen. En hij, hij zou me nog een kans geven. Of een derde. Of een vierde. Alles zou goedkomen. 

Helaas is niet alles te verzinnen. Of mooi te maken in mijn hoofd. En ik heb ook helemaal geen dik lichtbruin papier. Of een mooie envelop. Maar het belangrijkst van al: ik zou niet weten wat schrijven. Ik zou erop staan staren, op mijn slordig blaadje cursuspapier. Ik zou de moed niet vinden.

Ik zou de moed niet vinden, en zo gaat Kerst maar weer eens voorbij zonder een mirakel.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten